Reptielen

Slangen

Adder

De adder is onze enige gifslang. Je zult hem of haar buiten natuurgebieden niet snel tegenkomen.

De adder heeft op zijn menu ook muizen staan. De adder is een ‘luie’ slang die wacht tot er een prooidier langs wandelt om vervolgens te bijten en het gif met zijn holle tanden te injecteren. Voor een muisje is niet veel gif nodig. Dan vervolgt hij het pad van de gebeten muis en eet de muis met huid en haar op.

Adder

Kom je een slang tegen? Wees heel erg blij, maar doe wel een stap achteruit. Let dan op de zig-zagtekening op zijn rug. Zo ja, bekijk het dier goed en verwonder je, want dan heb je te maken met heuse adder! In de meeste gevallen verdwijnen ze even later in het struikgewas.

Gladde slang

Deze slang ontleent haar naam aan de gladde, ongekielde schubben. zij kent een verborgen bestaan.

Gladde slang
Ringslag

Ringslang

Deze slang is onze grootste slang. Ze kan wel meer dan een meter worden.
Met een gevorkte tong vangt ze geurmoleculen uit de lucht. Bij gevaar vlucht ze vaak het water in.



Hagedissen

.

Hazelworm – pootloze hagedis

Regelmatig aangezien voor een slang, maar dat is dus niet juist.

De hazelworm lijkt wat onhandig bij het voortbewegen. Toch heeft de hagedis een truc om belagers in verwarring te brengen: de staart laat dan los en beweegt als een wormpje. Ondertussen kan hij/zij zich uit de voeten (?) maken.

Hier een filmpje van een hazelworm.

Hazelworm

Levendbarende hagedissen

De meest voorkomende hagedis van ons land is de Levendbarend hagedis. Vroeger werd hij ook wel Kleine hagedis genoemd vanwege zijn geringe grootte. Vooral de lange staart  valt op

De Levendbarende hagedis heeft als grondkleur bruin. De juvenielen hebben een zeer donkere staart en daardoor goed te herkennen ten opzichte van de juveniele Zandhagedissen met een lichtbruine staart.

Heidegebieden, hoogvenen en open bossen. Op de Veluwe komt de soort vrij veel voor. Toch is er reden tot zorg; de soort neemt al jaren af.

Levendbarende hagedis

Zandhagedis

Deze hagedis is in vergelijking met de levendbarende veel robuuster. Grondkleur is bruin, maar in het voorjaar valt de volwassen, mannelijke zandhagedis op door zijn smaragdgroene kleur. Die is niet te missen. De vrouw blijft dezelfde bruine kleur houden. Juvenielen komen eind juli tot zelfs oktober uit het ei dat het vrouwtje in een zelf gegraven kuiltje ter wereld. Hagedissen kennen geen broedzorg zoals vogels dat meestal doen.

De Zandhagedis kent een overlapping met de Levendbarende hagedis. Warme en droge plekken in
duingebieden en de hogere zandgronden, zoals op veel plekken op de Veluwe te vinden zijn. Verder op droge heide (struikheide), bosranden en in open plekken in het bos. Let op: ze komen niet op het strand of zandverstuivingen voor.

Verwarring subadulte- met levendbarende hagedis.
1e jaar = juveniel
2e jaar = subadult
Vanaf 3e levensjaar volwassen

Zandhagedis

Koudbloedige dieren

Als reptielen uit de winterrust komen, warmen ze zich eerst op in het eerste lentezonnetje, mits warm genoeg.

Zo zorgen hagedissen ervoor dat gejaagd kan worden op bijvoorbeeld spinnetjes.

Slangen hebben grotere prooidieren nodig: afhankelijk van de soort zijn dat kikkers of muizen.

Dat opwarmen is dus van levensbelang om voedsel tot zich te nemen. Ook is dat opwarmen vervolgens  nodig om zich voor te bereiden op de paringstijd en voortplanting. Zandhagedissen vallen in deze tijd het meest op door de smaragdgroene kleur.

Bij te warme omstandigheden of felle zon is er kans op oververhitting en dan zoeken ze de schaduw op. Dat heet thermoregulatie.

Netwerk Ecologische Monitoring (NEM) Meetprogramma Reptielen

Waarnemers in het veld verzamelen waarnemingen en worden ingevoerd in het Meetnet Portaal. De gegevens worden ook door de regiocoördinator gebundeld en deelt deze met de beheerder van het natuurgebied. Op deze wijze verkregen data worden verder door het Centraal Bureau voor de Statistiek in kaart gebracht. De volgende grafieken zijn daar een voorbeeld van.
De gebiedsbeheerder krijgt ook de door de waarnemers verworven gegevens, maar dan meer om eventueel beheer aan te passen en uit te voeren. Dit is belangrijk om o.a. een soort te behouden.

In de volgende grafieken is goed de trendberekening te zien van verschillende reptielen.

Verloop per diersoort vanaf 1990 (klik op de grafiek voor een vergroting)

Ringslang in schrikhouding